Als je in de linkermenubalk op "Alarmering" klikt dan kun je hier verschillende type alarmen instellen.

Je kunt een nieuw alarm toevoegen door op de knop "Toevoegen" te drukken.

Dit opent het onderstaande formulier.

Er zijn verschillende type alarmen die je kunt kiezen, waaronder:

Lage teruglevering
Het alarmtype "Lage teruglevering" controleert of de teruglevering (de energie die een meter terug aan het net levert) over de ingestelde meetperiode onder een door jou ingestelde minimale waarde blijft. Je stelt hiervoor de "Minimale verwachte teruglevering per meter (kWh)" en de "Meetperiode (dagen)" in. Blijft de teruglevering over die periode onder de drempel, dan wordt er een alarmmelding verstuurd.

Nulverbruik
Het alarmtype "Nulverbruik" kijkt elke dag of er x dagen geleden wel data beschikbaar was, maar geen verbruik is geregistreerd. Als dat zo is, dan wordt er een alarmmelding verstuurd.

Hoog dagverbruik (regressie)
Het alarmtype "Hoog dagverbruik (regressie)" doet een voorspelling van het verbruik van gisteren op basis van de graaddagen-gevoeligheid en de temperatuur van gisteren. Was er gisteren meer "Drempel %" verbruik dan de voorspelling, dan wordt er een alarmmelding verstuurd.

Bovengemiddeld hoog dagverbruik
Het alarmtype "Bovengemiddeld hoog dagverbruik" controleert dagelijks of het verbruik van gisteren significant hoger was dan het gemiddelde over een door jou ingestelde terugkijkperiode. Je kunt daarbij zowel een procentuele drempel als een absolute drempel instellen; het alarm wordt geactiveerd zodra één van deze waarden wordt overschreden. Let op: bij de ingestelde absolute drempel, gaat het om het verschil tussen het relatieve verbruik voorheen, en het actuele verbruik.
Het is mogelijk om de historische verbruiken te normaliseren op basis van graaddagen, zodat temperatuurinvloeden worden uitgefilterd. Daarnaast kun je ervoor kiezen om het verbruik alleen te vergelijken met dagen van hetzelfde type weekdag, wat vooral nuttig is wanneer het verbruik tussen werkdagen en weekend structureel verschilt. Indien gewenst kan de analyse worden beperkt tot alleen het verbruik buiten de ingestelde openingstijden, bijvoorbeeld om nachtelijk sluipverbruik te detecteren. Het alarm voert deze vergelijking uit op basis van het geselecteerde product en de gekozen terugkijkperiode.

Hoge piek vergeleken met gecontracteerd vermogen
Het alarmtype "Hoge piek vergeleken met gecontracteerd vermogen" vergelijkt het verbruik van gisteren met het gecontracteerde vermogen. Het alarm houdt er rekening mee dat het gecontracteerde vermogen gedurende de dag en gedurende het jaar kan verschillen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een capaciteitsbeperkend contract (CBC), waarbij je in bepaalde tijdsblokken of in bepaalde periodes van het jaar een lager vermogen krijgt. Voor elk meetmoment van gisteren vergelijkt het alarm het verbruik met het gecontracteerde vermogen dat op dat moment geldt. Zodra het verbruik op enig moment hoger was dan "Drempel %" van het op dat moment geldende gecontracteerde vermogen, wordt er een alarmmelding verstuurd. Hierdoor kan ook een lagere piek een melding veroorzaken wanneer die binnen een periode met een lager gecontracteerd vermogen valt, terwijl de hoogste piek van de dag nog binnen zijn eigen (hogere) gecontracteerde vermogen blijft.
Je stelt hiervoor het product en de "Drempel (%)" in.

Mutaties kleinverbruik
Het alarmtype "Mutaties kleinverbruik" controleert of er mutaties van contractanten hebben plaatsgevonden, in dat geval wordt er een alarmmelding verstuurd.

Hoger verbruik dan vorig jaar
Het alarmtype "Hoger verbruik dan vorig jaar" controleert of er over een langere periode een hoog verbruik is, in vergelijking met vorig jaar.

Missende data
Het alarmtype "Missende data" kijkt elke dag er of er x dagen geleden data ontbrak. Als dit het geval is wordt er een alarmmelding verstuurd. De gevoeligheid geeft de mogelijkheid om kleine onderbrekingen in de data niet te signaleren. Als "Dagelijks blijven notificeren" aangevinkt is, blijft de melding verstuurd worden totdat er weer data binnenkomt, anders krijg je eenmalig een melding.

Na het kiezen van het alarmtype, kun je kiezen op welke objecten dit alarm toegepast moet worden. Door de schuifknop "Alle objecten" aan te zetten, zal het alarm toegepast worden op alle objecten in jouw omgeving.

In deze stap kun je de ontvangers van de alarmmeldingen toevoegen. Je kunt kiezen uit alle gebruikers die toegang hebben tot jouw organisatie.

In deze laatse stap kun je ontvangers van de alarmmeldingen toevoegen die geen toegang tot jouw organisatie hebben. Hiervoor hoef je alleen de voornaam, achternaam en het e-mailadres in te voeren.
